Simon Vermeulen – KOUKLITSA

Simon Vermeulen is een masterstudent taal- en letterkunde, Latijn en Grieks, en verrijkt zijn vrije tijd met verscheidene creatieve ondernemingen, waaronder voornamelijk tekenen en schrijven. Hij viel al in de prijzen bij wedstrijden als Write Now! en de Interfacultaire Literaire Prijs.

Als de zon in de juiste richting schijnt, zie ik de vacuüms die haar lichaam hier lang geleden heeft achtergelaten, de ruimten die ze innam en die niet meer zijn opgevuld door de lucht toen ze wegging.


- De grote vrouw, Meir Shalev


 

Kalispera!’ Naar goede gewoonte valt mijn huisbaas binnen zonder kloppen en met heel wat gevloek.

‘Ongelooflijk. Vandaag pist God op Griekenland zoals hij nog nooit eerder heeft gedaan, en dan tel ik die verdomde crisis erbij. Nu moeten we ook nog verzuipen.’

Hoeveel schuttingwoorden ze ook gebruikt, Constantina lijkt altijd een kind. Een poederige wolk van charme omhult haar terwijl ze de kamer inglijdt. Onbewogen overziet ze de chaos die ik heb gecreëerd op de twaalf vierkante meters die ze aan mij verhuurt. Vandaag kleurt de wereld grauw en nat, maar Constantina is een baken van licht. Ze draagt een oudroze mantel en witte sneakers met plateauzolen. Grieken noemen hun vrouwen vaak kouklitses, poppetjes. Constantina is meer dan dat. Ze is een levende schets.

‘Wil je eens iets weten? Ik heb m’n tas over mijn hoofd moeten houden op de motor, tegen de regen. In ieder geval, zo’n houding hoort niet in Thessaloniki. De mensen zullen praten. Ik zag eruit als een imbeciele puber. Het is maar een schrale troost dat dat ding van nepleer is.’

Ik heb geen hemd aan, besef ik nu. Mijn ribbenkas is frêle en licht skeletachtig op in de kamer. Constantina kijkt toe terwijl ik in de mesthoop op zoek ga naar een trui en hem over mijn hoofd gooi. Haar blik gaat dwars door het katoen heen. Ze telt mijn ribben, misschien. Vroeger keken mijn grootmoeder en ik samen naar natuurdocumentaires die we opnamen op een bandje. Zo leerde ik dat leeuwen en andere katachtigen instinctief hun onderbuik bedekken als ze worden aangevallen. Ik merk dat ik nu hetzelfde doe.

‘Wat zei je? Je rijdt met een motor?’ vraag ik.

Constantina wendt haar blik af van mijn lichaam. ‘Natuurlijk niet,’ zegt ze op een toon van zie-ik-er-zo-uit. ‘Ik zat achterop.’ Ze gooit haar haar in haar nek, sintels van ros en blond. ‘Als een amazone op een paard van staal. Dakis reed.’

‘Dakis?’

‘De reddende engel van dienst. Je had toch gebeld omdat je internet het weer had begeven? Wel, Dakis weet veel van draden en routers en al die onzin. Heb hem ooit nog voorgesteld aan een vriendin van me, vorige maand zijn ze getrouwd. De malaka was me dus nog heel wat verschuldigd. Dakis, ela edo!’

Een kolossale Griek sloft mijn studio binnen. Alles is groot en zwart aan hem: zijn baard, zijn leren vest, zijn botinnes, het haar op zijn vingers.

‘Geloof nooit wat Constantina zegt. Ze is een heks en ze liegt over alles, vooral over haar leeftijd,’ zegt Dakis, terwijl hij me omhelst alsof ik een oude vriend ben. Hij plukt een antenne uit zijn vest. Uit zijn vest. Een volledige antenne. Grieken zijn gek.

Constantina kwaakt verontwaardigd. Dakis lacht zwaar, het flatgebouw zucht. Buiten tikt de regen.

Ik had mijn gezicht moeten wassen.

 

Terwijl Dakis de antenne in de gang aan de praat probeert te krijgen, rookt Constantina de ene sigaret na de andere op mijn balkon. Achter haar ontvouwt Thessaloniki zich. Het Agias Sofiasplein met de oude kathedraal, de mensen die ondanks de regen traag vooruit blijven schuifelen, een samenleving die nooit echt ontwaakt. Constantina krijgt constant telefoontjes, laat ze allemaal onbeantwoord. Iets heeft haar gebruikelijke flair weggehaald maar ik weet niet wat. Ik zet koffie. Turkse. Als ik een kopje naar mijn huisbaas breng, zie ik dat er iets donkers in haar gezicht is gekomen.

‘Hoe oud ben je nu?’ vraagt ze. ‘Twintig, toch?’

Voorzichtig zet ik haar kopje op de reling. ‘Klopt. Waarom?’

‘Het is al heel lang geleden dat ik zo oud was al jij. Langer dan je misschien denkt,’ zegt Constantina. ‘Maar ik herinner me nog hoe het was. Twintig. Verdomme. Intense leeftijd. Verslavend ook. Alles heeft zijn grenzen, maar als je twintig bent niet. Weet je wel hoe machtig je bent, Simon? Niemand kan je overwinnen.’ Ze gooit haar peuk naar beneden. Vist een nieuwe sigaret uit haar tas. Steekt hem aan. Rook en regen.

‘Het ziekenhuis in mijn geboortedorp gaat sluiten,’ zegt ze.

Stilte.

‘Een land dat zijn ziekenhuizen toe doet is niet gezond, Simon. We moeten het bekijken zoals het is. Mijn vader is terminaal. Longkanker. Gisteren hebben ze gevraagd of hij zijn medicijnen wil teruggeven aan de staat, zodat ze anderen kunnen redden. Het land sterft met hem mee.’

Ver onder ons woelt het verkeer van alledag. Constantina’s sigaret gloeit op. Ze neemt een trek, inhaleert alles wat er te inhaleren valt, breekt los in een gekuch dat ze beneden op straat nog kunnen horen, klopt op haar borst en grijnst.

‘Weet je wat ik doe?’ zegt ze.

Je doet die mantel uit.

‘Als ik kanker krijg, ga ik naar het parlement met een bommengordel en blaas mezelf op. Ze zullen een standbeeld voor mij oprichten hier. Grieken zijn loyaal. Op dat vlak wel.’

Haar ogen flikkeren, alsof ze mijn gedachten heeft gelezen en tegelijk heeft besloten een burgeroorlog te starten. Ik zoek dekking achter mijn kopje, drink de zoete koffie in één teug op. Het bezinksel is zand, ik stik. Vanuit de gang roept Dakis opa. Opa is een kreet die in Griekenland van alles kan betekenen. Soms wordt er een feest mee in gang gezet, af en toe een dode betreurd. Om de een of andere reden heb ik het gevoel dat Dakis het laatste in gedachten heeft.

 

Constantina’s pak sigaretten is al bijna leeg. Ik wil dat het internet nooit meer hersteld wordt.

‘Ben je ooit verliefd geworden?’ vraagt ze, terwijl ze naar de kathedraal kijkt.

Ik slik. Mijn kaken, mijn ogen, mijn magere polsen. Ik voel ze allemaal tegelijk, en hun gebrek aan schoonheid nog het meest.

‘Niet echt,’ zeg ik.

‘Wacht dan maar. O. Sinds jouw leeftijd ben ik nog vaak verliefd geworden. Vaker dan ik zelf heb gewild, misschien. Maar nooit zoals toen ik twintig was.’

Ze kijkt naar haar smartphone, verzonken in iets wat ik niet kan zien. Er zoemt een naam over het blauwe scherm in Griekse letters die te snel weer verdwijnen om ze te ontcijferen. Constantina sluit haar ogen, zet haar telefoon uit. Met haar rug tegen de reling leunt ze achterover. Haar haren bungelen in de diepte, haar hals is naakt. Straks valt ze nog, twintig meter de diepte in, en breekt die hals in stukken op de straatstenen.

‘Hij was achtendertig. Beheerde een tennisclub, stinkend rijk, en ook nog eens blond en welbespraakt. Die combinatie van elementen in één enkele man is nog nooit eerder vertoond in dit land.’ Ze tilt een arm op en wijst in de verte, naar het oosten. ‘Ik studeerde aan de Aristoteles-universiteit. Net zoals jij nu. Filosofie. Elk weekend betaalde hij mijn vlucht naar Athene. Het bleef niet duren.’

‘Waarom niet?’

Constantina glimlacht sardonisch. ‘Ik was te jaloers. Verdacht hem van alles wat mogelijk en onmogelijk was. Belde hem om vier uur ‘s nachts. Hij vrat me op, zoals een wolf dat doet met een geit. Een geit was ik, ja. Maar ik hield van hem. Dan mag dat.’

‘Zie je hem soms nog?’

Ze geeft geen antwoord. Pelt aan de mouw van haar mantel. ‘Griekenland zal je verscheuren,’ zegt ze. ‘Dit is het land van de tragedies. Jij zou dat moeten weten. Dat je hier niet zomaar vandaan komt. Weet je wel waar je aan begonnen bent?’

Hoe ze over die reling krult. Ik wil haar opvangen voor ze valt.

‘Stop ermee! Straks maak je die jongen nog bang,’ roept Dakis verderop. ‘De antenne is trouwens geïnstalleerd. Nog een koffie en we kunnen ervandoor.’

De lucht zuigt zichzelf vacuüm op het balkon. De kouklitsa opent haar ogen, duwt zich weg van de leegte onder haar. Op haar slaap kleeft een druppel. Ik denk aan de orakels van weleer, die in Delphi hele legers naar de ondergang leidden.

‘Ik ben mijn eigen fantoom,’ zegt Constantina. ‘Wacht maar, jongen.’

Comments

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s