Melancholie: een studie over Verdriet

Het is vandaag tien maart, een grijze en druilerige zaterdagavond. Mijn beste vriend loopt al een tijdje zwijgend naast mij. Slenterend passeren we de charmante gebouwen en nostalgische straatjes in het historisch centrum van Antwerpen. De pretentieuze kunstgalerijtjes, gezellige cafés, een antieke klokkenmakerij… Het is duidelijk zo’n dag die de zegswijze ‘maartse buien, aprilse grillen’ eer aan doet. Op zo’n dag als vandaag kijken mensen op straat elkaar niet aan, geen ‘goeiedag’… Nee, ze bestuderen vlijtig de grond, de mogelijk net iets te diepe plassen. De natte schoenen van zijn voorganger, of die van zichzelf.
“Voilà, hier is het.”

Het anderhalf uur dat volgde, kon niet gekaderd worden tegen een beter decor dan dit.

Het begin van de melancholie, een boek geschreven en zaterdagavond voorgesteld door Ben Schomakers, gaat niet alleen over menselijk verlangen, maar ook over verlies, het ‘zijn’ en het ‘niet-zijn’, verdriet en troost. Zware onderwerpen, daar zijn we ons van bewust.

Het podium in de kelder van De Groene Waterman werd als eerste beklauterd door acteur en regisseur Stan Milbou. Hij las doorheen heel de voorstelling enkele korte uittreksels voor uit zowel proza als poëzie, waarvan enkele niet-relevant lijken, terwijl andere citaten wél de nagel op de kop sloegen. Andere aanwezigen lijken deze mening met mij te delen: ze lachen en fronsen af en toe, en turen met veelzeggende blikken naar de oude man op het podium.
De auteur Ben Schomakers gaf hierop een filosofische inleiding en gevolgd door een discussie met hoogleraar Herman Westerink en auteur Marc de Kesel. Die laatste alludeerde op een ongelukkig gekozen woord in de titel van het boek, waarvan Schomakers zelf eerder al toegaf dat het wat dubbelzinnig is: ‘begin’. Het essay gaat namelijk niét over het ‘waarom’.
“Waarom? Daarom.”
In dit boek gaat het dus niet over de vraag ‘waarom?’. Evenmin over de geschiedenis van ‘melancholie’. ’Begin’ verwijst niét naar ‘het begin van het einde’. Schomakers beschrijft eerder wat melancholie met ons doet, wat er gebeurt wanneer die melancholie of verdriet er al ís. Zijn theorie kom in grote lijnen neer op: “Melancholie is geen heersende kracht, en zal ook nooit een heersende kracht zijn. En toch, het blijft een niet te ontkennen factor in ieders leven.”

Wat doet dit verdriet met een mens? Er worden allerhande filosofische en psychologische theorieën aangehaald en toegepast. Freud is hier een vaak terugkerende naam.
Een heel treffende analyse van wat verdriet met een mens kan doen, is wat Schomakers noemt het ‘zijn’ en het ‘niet-zijn’. Een verlies van om het even wat, is volgens hem altijd depersonaliserend. Iedere belangrijke persoon of elk belangrijk materieel ding binnen een mensenleven is in essentie een deel van diens leven. Het verliezen van dit deel lijdt tot het verliezen van een stukje van de ‘zelf’, wat het ‘zijn’ van die persoon herleidt tot ‘niet-zijn’, voor een onbepaalde tijd dan toch.

Ik zie dat de mensen rondom mij diep fronsen bij deze uitspraken, alsof het pijn doet. Ik sluit mijn ogen en denk na, ik sta erbij stil en besluit tenslotte dat deze theorie van Schomakers het meest ‘ware’ is dat ik afgelopen week gehoord heb.

Na een pittige discussie tussen de verschillende visies van Schomakers en de Kesel over wat ‘melancholie’ nu net inhoudt en wat het betekent, beklimt Milbou opnieuw het podium.
Hij sluit af met een zwaar literaire, licht mystieke, maar niettemin positieve noot: het gedicht ‘Ithaca’ van Konstantinos P. Kaváfis.

Compleet overdonderd door deze zware filosofische voorstelling, verlaten we de boekenwinkel.
Een lange, diepe zucht ontsnapt ons beide:“Het was eerder filosofie, in plaats van literatuur, hé?”
We wandelen een lugubere cafeetje op de hoek binnen, zetten ons neer aan een tafeltje tegen het raam, bestellen een Stella en een LaChouffe. In dat hoekje, wegzakkend in de diepe stoelen en verdwijnend in het geroezemoes van gesmoorde stemmen heft mijn vriend het glas, zijn ene mondhoek trekt scheef omhoog, alsof hij wil glimlachen, maar zijn ogen staan droef. Lachen doe je immers meer met de ogen dan met de mond.

“Op niet-zijn.”

 

Door: Tess Verelst 

Een gedachte over “Melancholie: een studie over Verdriet

  1. Dag Tess, dank voor het verslag van die middag in de kelder met de lage zolderring van De Groene Waterman, ja, je hebt gelijk, het kon op die dag niet helmaal meer goed komen, die voortdurende zachte regen, warmte die zich aankondigde, maar telkens weggewassen werd, het was ook vroeg donker, en in de Antwerpse Wolstraat spettert de tram het water klaterend over de kasseien. Ik had er zelf ook wel een beetje last van, ondanks mijn lichte kleding en de lichte toon die ik me voorgenomen had. Het bleef somber en ernstig en stemmig, en dat hoort misschien wel een beetje bij filosofie, zeker als die in discussie overgaat. Maar zelfs als ze licht probeert te zijn, is dat proberen vaak zo opzettelijk dat het zwaar blijft. Maar ik denk en voel er zelf altijd de lichtheid bij, en als je mijn boek zou lezen, merkte je dat ook. Zelfs als het gaat over verdriet en melancholie en die nare vorm van het niet-zijn tussen zijn en en zijn in, het niet-zijn dat trouwens nooit helemaal meer overgaat, helpen de humor en de glimlach en relativering en helder uitzicht, ook in de regenachtige Wolstraat. Ik hoop dat je die troost van me wilt aannemen voor die zware middag met die zware boodschap die zelfs een La Chouffe bitter liet smaken. Je bent er trouwens in geslaagd van die zware filosofie die geen literatuur was toch een beetje literatuur te maken, Dank je. Hartelijke groet, Ben Schomakers

    Liked by 1 persoon

Comments

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s