Felix Sandon – Twee Handpalmverhalen

Missen

Ik opende mijn ogen en de zon brandde hevig. Twaalf was ik, en opa had me meegenomen op een tocht in een muffe, rammelende bus naar een parkeerterrein buiten de stad. Het was zondag, dus was het er doodstil. Nergens viel een mens of wagen te bekennen.

‘We brengen veel tijd samen door, maar er komt onvermijdelijk een dag dat je zal zeggen “Met die ouwe zak wil ik niks meer te maken hebben”, een dag waarop we afscheid moeten nemen van elkaar. Maar die dag moet er ook zijn,’ had opa me op de bus toevertrouwd. Vol ongeloof had ik hem aangestaard.

‘En daarom moeten we elkaar leren missen,’ had hij eraan toegevoegd.

Uit zijn jaszak diepte opa een krijtje op. Hij bukte zich langzaam en trok met bevende handen een dikke witte streep op het asfalt voor mijn voeten. Even raakte het krijtje de tippen van mijn schoenen. Daarna zette hij een grote stap achteruit en trok een lijn voor zijn voeten. We staarden elkaar aan zonder iets te zeggen. Opa zette nog een stap achteruit en trok een nieuwe lijn. Ik verroerde geen vin en observeerde hoe de afstand tussen onze lijnen alsmaar groter werd en opa alsmaar kleiner. Ten slotte verdween hij in het struikgewas achteraan het parkeerterrein.

 

Zitplaats

Ik ontmoette haar op de trein naar het werk. Ze was helemaal uit Oekraïne hierheen gekomen, vertelde ze, de liefde achterna. In hartje Kiev ligt een universiteit die niemand kent. Daar had ze gestudeerd, voor ze haar geliefde was gevolgd. Hier had hij haar meteen in de steek gelaten. Toch was ze gebleven en opnieuw beginnen studeren en nam ze elke dag de trein naar de universiteit.

De volgende ochtend zat ze er weer, maar ditmaal had ze zich vermomd. Nu zag ze eruit als een jonge vrouw uit Rwanda. Ze leerde me dat het in Rwanda uit den boze is om te eten op straat, en dat het er niet staat om te roken als vrouw. Ik wou meer te weten komen, maar ik moest uitstappen, terwijl zij nog één halte verder moest.

Ook de andere dagen toonde ze zich een meesteres van de maskerade. Nu eens had ze zich onherkenbaar gemaakt als een Armeense, die hier marketing studeerde om ooit het vodkaflessendoppenbedrijf van haar vader op de wereldkaart te zetten, dan zat ze er als een meisje uit de Centraal-Afrikaanse Republiek, ijverig pennend aan het scenario van haar eerste kortfilm. Telkens opnieuw wist ik haar te vinden en was de plaats naast haar nog vrij, zodat ik kon gaan zitten en haar verhalen kon horen. Nooit vertelde ze dat zij het was, maar stiekem wist ik het terwijl ik luisterde.

Toen was ze er plots niet meer. Drie keer liep ik het middenpad van de trein af, maar nergens viel ze te bekennen. Ook de volgende dagen zat ze er niet. Ik heb haar nooit weergezien.

Comments

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s