Wolfram Vandenbergen – Gedichten 1, 2, 3 en 9

1 (Het vertellen)

Een zwaar gesprek in deze stille nachten

We schermen met zinnen, terwijl we, de stemmen beminnen en door de lakens heen

De scheuren dichten

 

Klink, klank met kaken kraken we de daken voorbij

Krijsend onder onze hardleerse schoenen

Onze zwarte harten vol donkere paden, adderslagen die ons bang maken

Voor morgen en de zorgen die volgen

 

Deze stad die me verslindt, stond straatrecht,

Rechtvaardigheid in de weg, weg van deze plek en plak pleister op m’n wonden

Opengetrokken door die prozahonden

 

Geef me de diepte van duivel glazen en ik zal u de mond volpraten

Met daden en namen, alle paden

Bewandeld door de carapaters, kushketters en kettrekkers

 

Oooh hoor de wind huilen om onze heimat

Hoor de regen tikken tegen het trottoir

Zo de goot in

Zo de lucht in

 

En ergens tussenin hopelijk een nieuw begin

 

 

 


 

 

2 (één leven) 

 

Er is niet veel waar ik m’n leven voor zou geven

Een leven dat, koorddansend, zacht klinkend

De afgrond vermijdt

 

Er zijn slechts een paar waar ik zou leven

Leven in wilde uren, warme gloed en glans,

Terwijl m’n oren trillen als touw gespannen over witte velden

 

Er was er geen één zo levend

Levend als die stad, straatarm in al haar weelde

Die m’n stem zo deed vibreren en even …

Leek de afgrond verdwenen in haar eigen muziek

En even danste m’n leven, levend als noten over het touw, over witte velden

…Heel even…

Een droom waarin we zouden kunnen leven

 

 


  

 

3 (De nieuwe jaren) 

 

 

Een veel te lange dauw, bekleedt de kamer

En een lang golvend hand streelt m’n koude wangen

En slierten haar dansen als sluwe slangen

En verstikken m’n gedachten

 

Kevers zo groot als m’n ogen luisteren mee

Naar de stilte, een leegte gevuld met nietszeggende conversatie

Een vraag zonder beredeneerd antwoord

Slechts vage momenten onder de invloed van kristal heldere wijn

 

Maar ach de kus, de blik, de aanraking, de warmte

Hoe zou ik ze ooit kunnen missen?

 

Welke stoeptegel, welke onbekende, welke stad kan zoveel emotie oproepen

als de randen van het heilig plein, de lippen van hoop en vreugde de stad waar alles muzikaal kraakt

 

Laat ons dus zwijgen, niet raden naar onze gedachten, maar

Zacht over de liefde waken en haar eer brengen, eer

Het maanlicht ons vereeuwigt in haar sterren

 

Vergeet dus de lange dauw, de valse plannen en het dwingend gesprek

En verdwaal in alle roes die onze lichamen ons schenken


 

9 ( De liefde die ik voel)

Er vloeit een streling uit je ogen

Ze glijdt en dwarrelt neer op m’n geest

En in alles wat ik voel word ik doordrongen en

In zoete gewaden gerold

We zijn een leven jij en ik

De bakens van een lente dynastie

Een vuur geboren uit twee sterke stenen

Die door toeval raakten en nu zelf lot maken

Ik draag jou in mij als een dans

En iedere stap die ik zet een pas in jouw lied

Ik heb je lief en in m’n diepste kern

Fluister ik je naam naar de wereld

Ze lacht en ondersteboven in het heden

Word ik enkel misselijk van een leven zonder

Deze vrolijkheid die me doet wenen, vergeten en de lichten uitsteken

Waar de pols van haar hart de harp van m’n ziel bespeelt

Ligt m’n rug open en verdwijnen mijn lagen ijzer

Voor de zachte handen en luisterend oor, niet verstoord door haar zwakten

Leeft ze me inleven en adem ik haar stem

En zo ook glijdt en dwarrelt er een traan uit m’n oog

Die een streling bevat van een liefde die de eeuwigheid redt

Die de toekomst lekt, die zweeft wanneer onze lippen raken

En opvlamt wanneer onze ogen sluiten en onze nacht de dag toont

Comments

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s