Wolram Vandenbergen – ‘Het ware verhaal van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, deel 2’

7 (Woensdagavond)

Het was woensdagavond, de regen waaide door de straten, en een vreemde gehuld in een 1050 regenjas, stak en snakt ‘s nachts sigaretten op.

Het donker had zich als een doek over het stads theater gegooid en nu was de tijd gekomen voor de nachtwakers, bijouxkrakers en jazzkaters

Maar ook ik was op pad met de beesten, reptielen en insecten van de ergste soort, want ook ik had het lied van de verste, de vreemdste, de vaagste M gehoord

’T was nu 2 uur, -2 met 2 euro op zak en ik zat met die vreemde in een warm café onder de grond 1ste verdiep met de koude die buiten de closjaars opslokt

Een winter whisky mon vieux, vertel me vanwaar ge zijt welke quartier, waar zijn uw copains of zijt ge alleen? O zijt ge miss van de broes gekomen de masjesteuze matongé? Of miss van over het kanaal waar ze nog in God geloven en ‘s nachts met de beste cuisine mijn maag bekoren?

Een oud belezen gezicht staarde me aan deed signaal naar de garçon en bestelde voor twee, en met Mortimmer allures vatte de tabak vlam; meneir sprak hem: mijn geheimen zijn opgeborgen als de Zenne, maar u m’n beste ken ik beter als ikzelve.

Ik knikte ge zijt Bxl zonder B de 5 tussen de nullen, de dualiteit en de schemer, straatjargon met Bourgeois gezever.

De verste, de vaagste, de vreemdste mezelf maar dan beter.


 

8 (Stikstof hommage)

April 14 2010 was een andere nacht

Laat is de dag en vroeg is de nacht

Ik geef het geld aan de man en denk aan de drank

De stad die ziet rood en rookt saffen van lood

We lopen over het krasse kanaal veel te doen nog niks gedaan

Schreeuwen op straat

Marcheren op maat

Ritme in oorlog, donker de daad

En duister de taal, het verhaal van de schaduw

In licht van de lantaarnpaal

Fluisteren de denkende dieren

Met handgebaren van politieke dieven

Dus kijk copain ik spuw vers venijn

Van de kathedraal kroon naar de kater doorn

Van de intiemste stap naar de duivel lach

Dus kijk copain ik spuw vers venijn

De tanden slaan toe, de valstrik gelegd

Broer laat de honden los, en het gevecht

Want Brussel is een beestige stad

Want April 14 was een andere nacht

9 ( De liefde die ik voel)

Er vloeit een streling uit je ogen

Ze glijdt en dwarrelt neer op m’n geest

En in alles wat ik voel word ik doordrongen en

In zoete gewaden gerold

We zijn een leven jij en ik

De bakens van een lente dynastie

Een vuur geboren uit twee sterke stenen

Die door toeval raakten en nu zelf lot maken

Ik draag jou in mij als een dans

En iedere stap die ik zet een pas in jouw lied

Ik heb je lief en in m’n diepste kern

Fluister ik je naam naar de wereld

Ze lacht en ondersteboven in het heden

Word ik enkel misselijk van een leven zonder

Deze vrolijkheid die me doet wenen, vergeten en de lichten uitsteken

Waar de pols van haar hart de harp van m’n ziel bespeelt

Ligt m’n rug open en verdwijnen mijn lagen ijzer

Voor de zachte handen en luisterend oor, niet verstoord door haar zwakten

Leeft ze me inleven en adem ik haar stem

En zo ook glijdt en dwarrelt er een traan uit m’n oog

Die een streling bevat van een liefde die de eeuwigheid redt

Die de toekomst lekt, die zweeft wanneer onze lippen raken

En opvlamt wanneer onze ogen sluiten en onze nacht de dag toont

Comments

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s