LANDJUWEEL 2019: Officiële tekst van Brussel

BRUSSEL – Anthony Manu, Durim Morina, Laura Arschlimann, Genia Kazantseva

 

 

Honing – Genia & Anthony

Smaakt het zoet als het naar binnen glijdt. Als gesmolten goud, glanzend als honing, die stolt van achter in je keel.

En plakt.

Met de nasmaak van teer, borrelend met bellen en onderdrukte adem. Dacht je te kunnen ontkomen door een holte te kerven van scherp been. Want dat is al wat je bent.

Beenderen.

Gekraakt, gewoven en gebogen richting zonsopgang. Vlees verpakt en verpakt vlees.

Kreunend en sleurend.

Door as en grauw, trek je voort.

Lies en schaamte ingeruild voor een schoner omhulsel. Tot het merg slaapt,

Laat het dan maar rusten. Het merg slaapt,

Laat het nu maar rusten.

 

***

 

Thriae – Laura

Zoet is de honing.

Zoet is een moment.

Als het goud dat door de takken heen schijnt. Als het goud dat wordt gegeven aan de Thriae.

 

Mysterieuze, machtige krijgerinnen,

die het leven lieten aan hun koninginnen.

 

 

Met een sluwheid die je parten zal spelen. Tollend om je eigen as.

In een oogwenk hun levensgezel.

 

 

Net als bedwelmde bloemen zal hun geur jou verstikken. Koorstig zwierend tot in de onderwereld.

Hun naam zo bekend dat zelfs de goden van de zee en zang naar ze smachten.

 

 

Je zal ze vinden in het midden van de nacht, onder de sterren,

in de bomen,

en door de rivieren.

 

 

Peinzend over de orakels van de Pythia en de mysteries van de schepping, staat de wereld open en bloot voor deze vrouwen,

als een pasgeboren kind in het begin van haar leven.

 

***

 

Douche – Anthony

Wanneer de boilers in mystieke dromen zoemend Gefilterd in hun verzilverde darmen

Hem de nocturne wateren laten warmen Opdat zij douchen konden eigenlijk te laat al,

 

Op een vloer als geel ivoor met vreemde haren

 

Opent hij het venster en laat met tegenzin In de vervleesde cel van zijn moratiejaren

Tegen de ontlichamende damp de zwarte ijswind binnen

 

 

Te douchen om twee uur kwart om niet te moeten delen Het Lethewater dat de boilers koken

Hij kan de dronkaards buiten horen roken

En ziet de autolampen spelen op de stenen muren

 

 

Zij slaapt in zeemanshuismerkdouchelinnen Achter zijn kamerdeur beloken

Er werd vannacht geen woord gesproken Niets had hij vreemder kunnen vinden

 

Er moest iets bloeien uit die tijden, Hij wordt bij dage onderricht

Maar danst bij nacht door duisternijen Op zoek naar stof voor zijn gedicht.

 

Haar honingbadschuim prikt iconisch Zijn rode ogen licht ontstoken

Van moeheid, ach ze heeft wel vaker zo geroken Dat hij snel denkt, vriendin wat ruik jij toch ironisch.

 

***

 

Ik ben je zoon niet – Genia

Ik ben je zoon niet, noch je pupil.

Ins mensens ogen is het oordeel nog pril.

 

Op de plaats waar spotvogels verzamelen

en informatie verorberen, zoals Kronos zijn kind. Ik ben niet je middel tot een doel,

of een antwoord dat je verslindt.

In de stad die toekomst en verleden met elkaar verbindt. Een pittoresk plaatje, één van Monet’s schilderijen,

Draag de kroon op de campus, en geef orders aan mijn bijen. Mijn geest is geen dekmantel en mijn huid zit vol plooien,

kijk maar uit wanneer ik het tij kantel en win in al je schaaktoernooien.

 

 

Stuk voor stuk, breek het bord, sta niet stil, houd je mond.

Laat ze niets zeggen, je geen rol opleggen. Je denken niet onderwerpen. Je ideeën niet verwerpen.

Ijskoud bloed, Slavische invloed.

Russische weerwolf in België, pas op dat ik niet bijt.

Je zult smeken om je eind maar ons einde is wat ons scheidt. Je wil leven voor de zin maar on-zin is wat je pleit.

Ik kan woorden als kralen aan een zin of ketting rijgen.

Leer van mijn verhalen

je hebt het recht nu om te zwijgen.

 

***

 

Op koten – Durim

Zoemend sluit ik de deur als ik thuiskom.

Sluit het slot van mijn kot, dat is verzot op mijn omwentelingen. In deze lenteloze dagen voel ik de tijd vertragen,

zie ik het grijs in de tussensprong van wit naar zwart en ruik ik rook van het vuur dat de mens verbrandt.

 

Ik ben een werkbij die thuiskomt in een korf van zelfgekozen muziek.

Ik eet m’n eigen honing op en stop pas als m’n laatste restjes zijn opgeslorpt. Danzend op een piepend gezoem vind ik de stilte van mijn aangelegde bakstenen. En als ik moe ben, lig ik waterpas in een plas van lucht.

Zucht.

 

 

Contemplatie.

Een natuurlijke creatie, dat ben ik. Met gebreken.

Zoals ook U en zij.

Niet hoeven te praten, zorgt voor een opening in communicatie, want alleen in samenzijn, voelt als een eenzaam dialect.

 

Als een insect met het skelet eruit.

En uit het huis vliegt een vogel vermomd in mijn huid.

 

***

 

Pompen – Anthony

Buiten adem, het zonlicht matigde, scheerden wij darren, boven de glasbol Briezen bogen velden wolken, in de kasten werd verteld:

Vleugelslagen baren winden, nieuwe geesten voor de vertes Waartoe dan ter aarde zwoegen, kroonprins over zij die werkten Boven uw bokalen, de dandy’s zochten naar rurale gemalinnen

De vreemdheid adelde vorstinnen, in het glas de werksters wrochtten

 

 

O mijn meelvergaarster, mijn verdriet, de valse geur van groenere heide Gratuit als koninginnenbrij, bedroog me dat ik u verliet

 

D’ooit vaderloze larven zweven boven tuintjes, amper levend

In het bleke straatlicht, eenzaam, buiten ouderlijke kasten zweven Vluchten darren door de koudes, van onbeschutte najaarsregens

De maan te dichtbij, door de zaterdagnachten, van uw koele darrenslacht

 

 

Met opgepompte werksterantennae

Gebroken spiegels in hun zonnebrillen, tot eens ons gezoem verstilt Een ijswind de blues door in uw fleshalzen waait.

 

Samen, zuigen we onze wereld plat.

 

 

Jij, met panische angst om te stikken in je eigen luchtventilator.

U, met uw ongetemd paard dat hobbeld en schommelt tussen dialectloze liefde en chaos in het heelal.

Jullie, daarentegen spellen de wet.

Ik, verbreek de preek die de wereld m’n lichaam toebedeelt.

 

 

Samen, zwijgen we onze monden nooit.

 

***

 

Militaire parade

De naschok, niet de woorden, drijft onze vloten. Niet over de plooien die de maan trok,

maar op de impact van het sop dobberen we zelfwaarts.

 

Onze collectieve Noordpool,

waar getemd mijn witte golven diepere visies laten bovenspatten, vrienden Is’t nabij.

 

Naderen wij?

 

 

Zoals het water stroomt door vuur, zoals honing vloeit door m’n woning, zoals bijen zoemen voor bloemen, zoals mijn ik

vaart op wij.

Comments

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s