Wolfram Vandenbergen – Argh

Argh dit blad alweer dit leeg papier Weeral deze eenzame beweging Zonder het ritme van mijn hand Zou jij zo blijven, leeg   En wat wilt ge nu dat ik zeg? Witte man in de donkere stad Die niet uw naam schijnt maar uw wandaad Uw graf ligt ondergronds waar het vergeten water vloeit   Waar ik ga zwemmen als ik niemand wil zien Duister is haar stroom waar de zwarte pek blijft kleven aan m’n gedachten wanneer ik haar duikend omarm Een tuig in m’n hart dit water verbergt de lijken in mijn woorden   Vergeten gezichten die ik … Lees verder Wolfram Vandenbergen – Argh

Aurélie Cremers – ode aan een wintermorgen

wanneer de eerste zonnestralen zachtjes binnen schijnen door het raam dat nog openstond van de nacht ervoor wanneer alleen de dekens mij van jou houden en al onze kleren de houten vloer versieren   wanneer mijn vingers zachtjes je wang strelen en mijn neus de restanten van je parfum ruikt wanneer mijn lippen die van jou vinden in een spel van verstoppen en je twee woordjes fluistert in een ochtends gezucht   wanneer onze kleine kusjes langzaam verhitten en versmelten in iets eeuwig en we branden met zo’n intens verlangen en onze hemel hellig wordt   dan ademen we alleen … Lees verder Aurélie Cremers – ode aan een wintermorgen

Aurélie Cremers – Het was bij de vuurtoren

het was bij de vuurtoren dat hun blikken elkaar voor het eerst ontmoetten zij tekende en hij wandelde en het was bij de vuurtoren dat hun blikken elkaar voor een tweede keer ontmoetten ze zeiden geen woord want hun blik was genoeg het was bij de vuurtoren dat hun blikken elkaar vonden en vasthielden voor een derde en een vierde en vanaf dan elke nacht opnieuw hoe het toen verder ging? wie zal het je zeggen, iemand zei dat ze zo ver zwommen dat ze de maan konden raken een ander, dat ze elke nacht verhalen sprookjes, mythes, legendes vertelden … Lees verder Aurélie Cremers – Het was bij de vuurtoren

Benjamin De Roover – Zomer

Zomer. In mijn kleine kamer. Zomer — in ons witte bed. Ik ben dronken en je wankelt door mijn armen. We gooien het dakraam open. Het lawaai van een straat die onklaar is, waait de kamer binnen. Je kijkt de hemel in. Je telt de chemtrails. Een hemel komt de kamer vullen. Het is onwerkelijk warm. Hoe interpreteer je een streling die doet vloeien? Je huid, zacht alsof hij opgezet is. Mijn verlangen: te gekend, te vaak vertaald om niet vergiftigd te klinken. Toch de kamer helemaal met jou willen vullen, gulzig, ongenadig als een maan. De hemel is voelbaar. … Lees verder Benjamin De Roover – Zomer

Wolram Vandenbergen – ‘Het ware verhaal van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, deel 2’

7 (Woensdagavond)

Het was woensdagavond, de regen waaide door de straten, en een vreemde gehuld in een 1050 regenjas, stak en snakt ‘s nachts sigaretten op.

Het donker had zich als een doek over het stads theater gegooid en nu was de tijd gekomen voor de nachtwakers, bijouxkrakers en jazzkaters

Maar ook ik was op pad met de beesten, reptielen en insecten van de ergste soort, want ook ik had het lied van de verste, de vreemdste, de vaagste M gehoord Lees verder “Wolram Vandenbergen – ‘Het ware verhaal van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, deel 2’”

Wolfram Vandenbergen – Gedichten 4, 5 en ‘Het ware verhaal van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Deel 1’

4 (Palais)

Laat ons beginnen met een goed verhaal

Onder dit koud straatlicht, koele klinkers verlaten m’n warm bloed

Een bekende zondvloed en terug en terug gaan we

Naar de parels van kraakpanden

Onder de sporen van het centrum Lees verder “Wolfram Vandenbergen – Gedichten 4, 5 en ‘Het ware verhaal van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Deel 1’”

Wolfram Vandenbergen – Gedichten 1, 2, 3 en 9

1 (Het vertellen)

Een zwaar gesprek in deze stille nachten

We schermen met zinnen, terwijl we, de stemmen beminnen en door de lakens heen

De scheuren dichten

 

Klink, klank met kaken kraken we de daken voorbij

Krijsend onder onze hardleerse schoenen

Onze zwarte harten vol donkere paden, adderslagen die ons bang maken

Voor morgen en de zorgen die volgen Lees verder “Wolfram Vandenbergen – Gedichten 1, 2, 3 en 9”