Benjamin De Roover – Zomer

Zomer. In mijn kleine kamer. Zomer — in ons witte bed. Ik ben dronken en je wankelt door mijn armen. We gooien het dakraam open. Het lawaai van een straat die onklaar is, waait de kamer binnen. Je kijkt de hemel in. Je telt de chemtrails. Een hemel komt de kamer vullen. Het is onwerkelijk warm. Hoe interpreteer je een streling die doet vloeien? Je huid, zacht alsof hij opgezet is. Mijn verlangen: te gekend, te vaak vertaald om niet vergiftigd te klinken. Toch de kamer helemaal met jou willen vullen, gulzig, ongenadig als een maan. De hemel is voelbaar. … Lees verder Benjamin De Roover – Zomer